Vervolg op: Het Satorvierkant - 18: Vergeten En Vergeven ? Mathilde
Rouen, Normandië - september 1066
De donkere straten van Rouen lijken verlaten. Enkel in de portieken van huizen bewegen de schaduwen afkomstig van dronkelappen, hoertjes en daklozen. De stilte wordt doorbroken door snelle voetstappen. Een vrouw, gehuld in een groene cape, haast zich in de richting van de stadspoort. In haar hand draagt ze een jutten zak. De vrouw, Mathilde, is in gedachten verzonken. Ze is kwaad op Maryam die twee dagen geleden plots in haar leven is gekomen en haar meester Wulfbehrt heeft betoverd met haar verdomde amulet. Ze weet dat het slechts een kwestie van dagen is tot de witte paters haar zullen aanwijzen als medeschuldige. Ze huivert bij de gedachte aan de mogelijke consequenties. In het beste geval wacht haar een eenzame opsluiting in de kerkers van het bisschoppelijke paleis. In het slechtste geval de marteldood of de brandstapel. Ze wil haar lot niet afwachten en kiest ervoor de stad te verlaten en haar toevlucht te zoeken bij haar oudere zuster Margot.
Naderende voetstappen doorbreken haar gedachten.
"Ooo popje, wat ben je mooi." klinkt het achter haar. Mathilde ademt zwaar van angst en durft niet achterom te kijken, naar de ogen die haar bestuderen. Ze weet dat niet reageren het enige devies is. Ze slaat haar blik neer en vervolgt haar weg.
Maar dan grijpt een hand haar langs achteren beet. De man, groot en zwaar, stinkt naar drank. Ze ziet een mes flitsen en voelt al snel het koude metaal tegen de zachte huid onder haar kin.
"Hebbes", grinnikt hij.
Doodstil blijft ze staan, nauwelijks in staat adem te halen. Ze ziet een kwaadaardige fonkeling in zijn ogen en begrijpt dat deze man nooit naar haar smeekbedes zal luisteren.
"Ik heb geen geld."
De man drukt de punt van het mes steviger tegen haar huid en buigt zich naar haar toe. "O nee popje, jij hebt veel meer." Hij draait haar haren om zijn hand en trekt. Hard. Ze slaakt een kreet. Hij sleurt haar een donkere steeg in.
"Schreeuw maar, ik hou er van als ze schreeuwen. Toe, schreeuw dan."
Ze doet het. Het geluid rolt door de donkere straat. Uit de portieken klinkt er ook lawaai: de schaduwen moedigen de man aan.
Wanneer hij haar tegen een muur van een verlaten huis duwt, is ze versteend van angst. "Alsjeblieft," jammert ze tegen beter weten in. "Doe dit niet."
Hij grinnikt: "Je zal er van genieten." Met de punt van het mes snijdt hij de knopen van haar jas kapot.
Ze voelt tranen op haar wangen en ruikt zijn slechte adem.
Langzaam begint woede in haar op te borrelen. Ze wil niet jammeren, ze wil zich niet zomaar aan hem overgeven. Ze balt haar vuist en probeert al haar kracht in die vuist te concentreren. Ze geeft de man een stevige klap in zijn buik, even verslapt zijn greep op haar en daarvan maakt Mathilde gebruik om er vandoor te gaan.
Maar haar rust is van korte duur. Achter haar klinkt gevloek en zware stappen van hoge schoenen. De dronkaard heeft het gezelschap gekregen van een aantal kompanen. Tesamen komen de mannen op haar afgestormd. Mathilde, met tranen van wanhoop in de ogen, begint te rennen, door enge steegjes, biddend dat de schaduwen van de huizen haar bescherming zouden kunnen bieden. Ze kan zich de glimlach van haar achtervolgers voorstellen, die genieten van de jacht. Onverbiddelijk. Ze negeert de enkelingen die zich op dit vroege uur op straat wagen, wetend dat niemand haar zal helpen, dat geen enkele levende ziel zich tussen haar en haar achtervolgers zal wagen.
Ze weet dat ze dit tempo niet lang kan aanhouden en beslist om dekking te zoeken in het portiek van een oud vervallen huis, in de schaduw van de kathedraal. Het geluid van haastige voetstappen doet haar schrikken en ze trekt zich ijlings verder terug in de schaduw. Drie mannen duiken tevoorschijn uit een smal straatje, de lemetten van hun messen glinsteren in het prille zonlicht. Mathilde beseft dat als ze nu zou vluchten, de mannen zich op haar zouden storten als een groep wolven. Ze blijft onbeweeglijk staan en houdt haar achtervolgers in het oog. Die staan een hondertal meter van haar verwijderd, op zoek naar een spoor van haar. De mannen wisselen een paar woorden en een van hen gebaart dat ze zich moeten opsplitsen. Ze huivert wanneer ze ziet dat de man die het bevel heeft gegeven, zich rechstreeks naar de plek begeeft waar ze zich verbergt. Haar blik glijdt wanhopig heen en weer, op zoek naar een vluchtweg.
Wanneer op dat moment een viertal soldaten het plein voor haar oplopen, besluit Mathilde haar kans te wagen. Ze stapt het portiek uit en snelt naar de soldaten, maar nog voor ze die kan bereiken wordt ze vastgegrepen door één van haar aanvallers.
Mathilde begint wanhopig te schreeuwen. "Help! Help me dan toch!" Intussen probeert ze zich los te worstelen en haalt ze met haar nagels uit naar het gezicht van haar belager.
De soldaten draaien zich bruusk om, één van hen stapt naar voor en roept met barse stem: "In naam van de hertog, wat heeft dit te betekenen?".
"Hij gaat me verkrachten!" schreeuwt Mathilde.
"Een hoer, jullie maken jullie toch niet druk over een hoer?" Is de reactie van de man die Mathilde vast heeft.
Een tweede soldaat stapt op de man af. "Laat haar los! Dit is een bevel!".
De belager van Mathilde duwt haar met al zijn kracht van zich af, waardoor ze haar evenwicht verliest en tegen de soldaat aan knalt. Met beide handen grijpt ze zich aan hem vast. De soldaat grinnikt. "Wow," zegt hij met zware stem.
Mathilde begint te snikken.
"Hé," zegt de stem nu zachter en bezorgd. "Alles oké, jongedame?" Twee vingers duwen haar kin omhoog. Verbazingwekkende blauwe ogen, omlijst door dikke wenkbrauwen, kijken haar aan. En dan dringt het tot Mathilde door dat de soldaat haar stevig vast houdt en dat ze tegen hem aangedrukt staat, dij tegen dij, haar borst tegen de zijne. Net alsof ze aan het dansen zijn. Al haar zintuigen komen tot leven. Een plotse woede verdrijft de paniek en verwarring. "Laat... me... los..."
De soldaat laat zijn arm onmiddellijk zakken. Mathilde is niet voorbereid op het plotse verlies van steun. Ze zwaait opzij en kan nog net voorkomen dat ze struikelt. Hijgend duwt ze de haarlokken uit haar gezicht en bekijkt de man voor haar.
"Sorry... ik..."
Zijn mondhoeken krullen omhoog. Mathilde voelt een brok in haar keel. "Bedankt voor jullie hulp."
"Geen probleem."
Mathilde draait zich om om weg te gaan.
"Wacht even..." De tweede soldaat houdt Mathilde tegen. Die kijkt hem vragend aan.
"Jij bent toch Mathilde, niet?"
"Ik...euh..." stottert Mathilde.
"Ken je me niet meer?". Die stem.
"Euh..."
"Arnout, ik woonde vroeger naast je."
"Nee!"
Arnout glimlacht even naar haar. Dan kijkt hij haar serieus aan. "Is het waar dat de witte paters op zoek naar jou zijn?"
Mathilde slaat haar ogen neer en zucht.
"Zeg me dat je niks met die heks te maken hebt."
"Nee, natuurlijk niet."
"Maar je weet waar ze zich schuil houdt?"
Mathilde schudt haar hoofd. Ze voelt zich steeds ongemakkelijker omdat ze niet weet waar dit gesprek heen gaat.
"Laat ons je helpen, je hoeft niet te vluchten."
"Wat bedoel je?"
"Bezorg de graaf het amulet en hij zal je beschermen tegen de witte paters."
"Maar..."
"Het is je enige kans."
"Ik weet niet waar je het over hebt."
"Ik weet zeker van wel." De derde soldaat heeft het hele gesprek met verbazing gevolgd. "Meekomen jij!" Het klinkt grimmig. Hij beveelt haar om naast hem te blijven lopen en neemt niet eens de moeite haar vast te houden. Iedereen weet dat elke poging om te ontsnappen toch kansloos is.
In het kasteel wordt Mathilde naar een kamer in de toren gebracht en zonder verdere plichtplegingen naar binnen geduwd. Achter haar wordt de zware deur op slot gedraaid. Ze zit gevangen, maar niet in de kale kerker. Haar gevangenis is een comfortabele kamer dat via een klein venstertje uitkijkt op een binnenplaats. In de hoek staat een vrij groot bed met daarnaast een tafeltje en een stoel. Het is een kale kamer zonder de luxe van een tapijt of gordijnen. Mathilde trekt de stoel onder de tafel weg en gaat erop zitten. Haar gedachten belanden quasi automatisch bij de begerige blik en de dubbelzinnige commentaren van de soldaten die haar gevangen hebben genomen, maar ze is niet verkracht. Meer nog, bij aankomst kreeg ze een fatsoenlijke maaltijd voorgeschoteld die bestond uit een geroosterd stuk vlees en een paar brokken brood. Al bij al stelt het haar toch enigszins gerust. Het enige waarvan ze de edellieden moet zien te overtuigen, is dat ze zelf slachtoffer is van haar meester Wulfbehrt en die smerige heks Maryam. Al blijft het stemmetje in haar hoofd haar toefluisteren dat ze zichzelf voor de gek houdt.
Het lukt haar niet een aanhoudend gevoel van troosteloosheid van zich af te zetten. Ze voelt zich alleen, verlaten als iemand die in een onbekende wereld is achtergelaten zonder kaart of wegwijzer om haar de juiste richting aan te duiden. Alsof ze wacht op iets of iemand die haar twijfels kan wegnemen. Ze begint door de kamer te ijsberen. Na een tijdje staat ze stil om te luisteren. In de gang hoort ze stemmen, dan weer helder, dan weer zwak. Het lijkt wel een komen en gaan van mensen.
Naderende voetstappen onderbreken haar gedachten. Er wordt aan het slot gemorreld en vervolgens zwaait de zware deur open. Twee soldaten komen zwijgend binnen en nemen elk plaats langs de deur. Achter hen stapt een prachtig geklede man de kamer in: het is graaf Robert. Robert de Schitterende voor vrienden, Robert le Diable voor wie hem vreest.
Mathilde recht haar rug. "Wat wil je van me? Waarom zit ik hier opgesloten?" Ze vraagt het met een stem die beslist klinkt, maar wanneer ze de graaf aankijkt, valt haar mond open. Lieve hemel, die man is... superknap. Hij is lang, heeft brede schouders, het lijf van een atleet en lang zwart haar dat half over zijn voorhoofd valt. Brede jukbeenderen en een ovaal gezicht maken het plaatje compleet. En dan die ogen...
"Een boel vragen..." onderbreekt Robert haar gestaar. "Wel, die ga ik jou stellen en niet omgekeerd." Hij lacht hard, doet een paar passen in haar richting en pakt haar aan beide armen vast. Mathilde wendt haar gezicht af.
"Je weet wat de paters met heksen doen?"
"Ik ben geen heks!"
"Dan kan je maar beter meewerken." De graaf neemt haar geamuseerd op. "Want als ik het gevoel heb, dat je me belazert, dan zal ik je zonder aarzelen overdragen aan de paters. Geloof me, die zullen je met veel plezier onder handen nemen."
Mathilde kijkt de graaf wanhopig aan. "Wat verlang je dan van mij?"
"Op dit moment wil ik dat je met me meekomt." Nog voor Mathilde kan antwoorden, leidt hij haar de gang in, somber bekeken door de twee bewakers. Hij brengt haar via de trap naar een dubbele deur die toegang blijkt te geven op een suite, sfeervol verlicht met kaarsen. Helemaal aan de andere kant leiden openstaande deuren naar een groot terras. Op dat terras staat een tafel gedekt. Naast een fles wijn, staan er verschillende gerechten onder zilveren stolpen. Terwijl de graaf haar galant een stoel aanschuift, voelt Mathilde zich een volkomen ander mens. Het lijkt wel alsof alle ellende van de voorbij dagen is vergeten. Om niet in de ban te raken van de betovering van het moment, zegt ze: "Dus je wilt me niet langer opsluiten op mijn kamer? Dat is barbaars, weet je."
Robert glimlacht en proeft van zijn wijn alvorens te antwoorden. "Dat was voor je eigen veiligheid."
Mathilde fronst haar wenkbrauwen. "Ik vraag me af of iemand ooit veilig is bij jou."
"Misschien is het niet goed om altijd veilig te zijn."
Mathilde neemt een slokje wijn. "Waarom?" vraagt ze.
"Waarom wat?"
"Waarom dit alles?" ze wijst op de tafel.
"Ik wil een deal met je afsluiten. Jij helpt me het amulet te vinden en in ruil daarvoor geef ik je een plaatsje in mijn huishouden. Je zal niks tekort komen."
Mathilde zucht. "Misschien weet ik niet eens waar dat amulet is."
"Je moet erg voorzichtig zijn, Mathilde. De paters..."
Mathildes hart begint sneller te kloppen wanneer ze denkt aan zijn eerdere dreigementen. Ze slaat haar ogen neer en zwijgt.
"De paters zijn ook mijn vijanden. Ze wachten al lang op de kans me onderuit te halen. Daarom is het belangrijk dat het amulet niet in hun handen valt. Daar wil ik alles voor doen. Weet je, in zekere zin help ik daarmee ook jouw vroegere baas, Wulfbehrt."
Tijdens zijn monoloog, sluit zijn hand rond de hare, een aanraking die het bloed in haar aderen doet kolken. Sensueel streelt zijn duim de zachte binnenkant van haar pols.
"Hier in de burcht, kan je je vrijelijk bewegen." Zijn stem klinkt hees, alsof hij het aanbod slechts schoorvoetend doet. "Maar je mag niet naar buiten, dan moet er iemand bij je zijn. Voor je veiligheid."
Mathilde glimlacht.
"En je krijgt de kamer hiernaast." Robert wijst naar de suite waar ze daarnet gepasseerd zijn. "Ik laat de dienstmeiden een garderobe voor je samenstellen."
Het aanbod van de graaf doet haar dromen. Het lijkt alsof ze een sprookje is binnengestapt. Op een of andere manier is Robert er in geslaagd haar verlangen aan te wakkeren, als olie op vuur. Nadat een dienster de tafel heeft afgeruimd, staat hij op en schuift hij Mathildes stoel naar achteren.
"Kom", zegt hij.
"Wat?"
"Bedtijd." grijnst de graaf.
Het hart klopt in Mathilde haar keel. Haar wangen gloeien. "Ik ben je speeltje niet," sist ze boos.
Robert neemt haar hemd vast. "Het heeft me enorm veel moeite gekost om je tot na het diner te bewaren."
Mathilde blijft tegenpruttelen, maar tegen zoveel gezag en geweld heeft ze geen schijn van kans. Ze doet niet meer dan een verraste kreet slaken wanneer hij het versleten hemd openrukt zonder de moeite te nemen de knoopjes open te maken. Haar ronde borsten vertonen zich onbelemmerd aan zijn blik, haar tepels fier vooruit.
"Prachtig," brengt hij buiten adem uit. Hij sluit zijn handen om haar middel en buigt zijn hoofd om haar borsten te kussen tot ze half waanzinnig is van verlangen. Uiteindelijk zet hij haar neer op de rand van het bed en ontdoet hij haar van haar overige kleren. Wanneer hij haar achterover wil duwen, protesteert ze even, maar uiteindelijk geeft ze zich kreunend over aan zijn strelende handen en zoete woorden. Elke centimeter van haar huid overdekt hij met kussen. Tintelend over haar hele lichaam, dwalen zijn lippen steeds lager af. Haar vingers begraven zich in het laken, haar hoofd gaat wild heen en weer.
"Stop," kreunt ze, "stop!"
Hij schuift zijn handen onder haar billen en blijft van haar genieten tot ze het uitschreeuwt van genot en zich sidderend overgeeft aan haar extase. Hij beëindigt zijn kussen pas wanneer ze uitgeput en hijgend stil ligt. En dan merkt ze dat de graaf zich uit kleedt en naast haar komt liggen.
"En nu slapen," glimlacht hij.
En dan beseft Mathilde dat het voor de graaf allemaal een spelletje is, dat het hem een pervers genoegen verschaft om haar willoos te maken, om haar als was in zijn handen te voelen. Hij bespeelt haar als een instrument waarmee hij de tijd verdrijft.
"Je hebt je plezier gehad!".
"Wat is er? Waar heb je het over?"
"Dat vind je grappig he, me gek maken tot ik het uitschreeuw?"
"Heb ik je dan niet bevredigd?"
"Bevredigd?" Mathilde is laaiend van woede en gekwetste trots.
"Daar gaat het je niet om, je deed het omdat het je een kick geeft."
"Dus je neemt het me kwalijk dat ik je eer wil respecteren? Je wilt helemaal niet als een dame behandeld te worden. Weet je wat, je kunt het krijgen zoals je het hebben wilt."
Mathilde slikt en kijkt hem met grote ogen aan. Ze weet diep in haar hart dat ze de strijd verloren heeft. "Heb de moed niet," fluistert ze.
Zijn ogen fonkelen. "Wees niet bang, je zal me smeken." Hij schuift een sterke hand onder haar hoofd en kust haar. Mathilde probeert haar mond dicht te houden, maar zijn tong is te verleidelijk om er weerstand aan te kunnen bieden. Met een gesmoorde kreun, geeft ze zich gewonnen.
"Je bent een kwal!" bijt ze hem hijgend toe.
"Dat weet ik," grinnikt de graaf. Zijn glimlacht verraadt dat het spelletje hem wel bevalt.
Langzaam maar zeker windt hij haar opnieuw op met zijn strelingen.
"Ben je nog maagd?" informeert hij wanneer hij haar opnieuw tot aan de rand van de waanzin heeft gebracht.
"Nee," geeft ze kreunend toe.
"Dan zal ik je geen pijn doen en kan je enkel maar genieten," belooft hij met lage stem. Hij rolt zich op zijn rug en trekt Mathilde boven op zich. Overspoeld door tegenstrijdige gevoelens sluit ze haar ogen.
"Oh..." kreunt ze wanneer hij zich in haar duwt.
"Doe je ogen open en kijk me aan."
Het kost haar veel moeite te gehoorzamen, maar uiteindelijk lukt het toch. Met ogen wazig van genot kijkt ze hem aan. Langzaam tilt hij haar wat op en laat hij haar traag weer neerkomen. Telkens opnieuw. Mathilde bijt op haar lip om het niet uit te schreeuwen. Een vuur neemt bezit van haar lichaam, vlam na vlam jaagt door haar heen.
"Vanaf nu ben je een van mijn vrouwen."
"Ja," zucht Mathilde, zich verbazend over de gevoelens die haar overspoelen: vreugde, verzet, woede...
Hij slaat zijn armen om haar heen, rolt haar op haar rug en kust haar hartstochtelijk als een bezegeling van de woorden die hij net heeft uitgesproken. Mathildes nagels boren zich diep in zijn rug als hij opnieuw begint te bewegen. Haar respons is onmiddellijk en heftig. Het lijkt wel alsof haar geest haar lichaam verlaat. Ze schreeuwt het uit. En dan voelt ze de graaf sidderend verstrakken in haar armen. Mathilde glimlacht, ook al weet ze dat ze nu in nog groter gevaar verkeert, en sluit haar ogen. Haar verlangen naar hem is te groot. Zijn verlangen naar haar te heftig. Ze is onweerstaanbaar en hij heeft zich niet kunnen bedwingen. Onwillekeurig stelt ze zichzelf zwanger voor, zwanger van zijn kind. De gedachte windt haar op. Ze steekt een hand uit en strijkt teder over zijn borstkas. Hij kijkt haar glimlachend aan.
"Ik heb je nodig," fluistert ze. Hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, ze spreekt de waarheid. Ze hoopt alleen dat hij haar niet zou horen.
"Laat me je geven wat je nodig hebt." Met een gesmoorde kreun trekt hij haar in zijn armen. Het is alsof hij verdrinkt in haar dromerige ogen.
Wanneer Mathilde een paar uur later wakker wordt, staat Robert haar vanuit de deuropening zwijgend op te nemen. Zijn aanwezigheid beneemt haar eenvoudig de adem, zodat haar stem zwak en kleintjes klinkt. Het is vernederend, ze wil niks liever dan zich aan hem overleveren.
"In de kast hangen nieuwe kleren voor jou. Kies er iets leuks uit. We ontbijten samen en daarna vertrekken we."
"Vertrekken?"
"Je gaat me naar het amulet brengen, of was je dat al vergeten?"